en

Hoe kun je ruimte maken voor andere perspectieven?

Een van de eerste workshops die FilmForward op verzoek van de filmsector organiseerde, stelde vragen rondom diversiteit en inclusie van de sector en de verhalen die we vertellen. De deelnemers onderzochten hun eigen ‘positionality’ en poetsten de lens op waardoor zij naar de wereld kijken.

Diversiteit en inclusie zijn momenteel hot topics in het film- en medialandschap. De Aanjager Kleur schudde deze zomer de Nederlandse filmwereld wakker: op het gebied van diversiteit en inclusie lopen we hopeloos achter. Om de Nederlandse film- en audiovisuele sector handvatten te bieden om eenzijdige beeldvorming te voorkomen en inclusiever en diverser te werken, zowel voor als achter de camera, organiseerde FilmForward met diverse partners  de workshop Meerstemmig Storytelling.

Ook hield journalist Hadassah de Boer in samenwerking met Kleur in de aanloop naar het Nederlandse Filmfestival een vijftal rondetafelgesprekken met diverse makers om de diversiteit van de sector zichtbaar te maken, maar ook om een aantal pijnpunten bespreekbaar te maken. De berusting van de oudere generatie, die deze strijd als vele malen eerder heeft gestreden. En het heikele punt: quota of niet?

Met een voorpremière van de film Rocks in Eye in Amsterdam ging eind september de workshop Meerstemmig Storytelling van start. Filmmaker Beri Shalmashi interviewde het geheel uit vrouwen bestaande team dat zoveel mogelijk als een collectief was opgetrokken om ervaren en onervaren stemmen, en zoveel mogelijk mensen van kleur uit de Oost-Londense wijk waar de film zich afspeelt aan het woord te laten. Rocks is een inspirerend voorbeeld voor hoe het wel zou kunnen: gezamenlijkheid in plaats van auteurschap.

Daarna stond NFF-openingsfilm Buladó op het programma van Meerstemmig Storytelling, net als de keynote die Aminata Caïro, professor Antropologie en ambassadrice voor diversiteit en inclusiviteit op zowel academisch als maatschappelijk niveau tijdens het festival hield, én de gesprekken die Kleur zelf tijdens de NFF Conferentie hadden georganiseerd.

Gevoed en geïnspireerd trokken de deelnemers, een groep van 10 mensen bestaande uit journalisten en filmmakers vervolgens naar het Vogeleiland in het Amsterdamse Bos om onder leiding van Winnie Roseval, filosoof en onderzoeker bij het lectoraat Inclusive Education (HHs), drie dagen hun eigen positie in kaart te brengen, van regisseur Norbert ter Hall te horen doe hij diverse vormen van research inzet om zijn films diverser te maken en tegelijkertijd hun creatieve rijkdom en scope te vergroten. De workshop werd afgerond met een stakeholdermapping en een nagesprek met Aminata Caïro.

Het dominante verhaal
Rosevals drijfveer om de workshop te leiden voert terug naar haar humanistische, persoonlijke missie: het verbinden van mensen. “Zodra je zicht hebt op je eigen sociale conditionering en je onuitgesproken en onbewuste oordelen en vooroordelen kan je er bewust aan werken om ruimte te maken voor andere verhalen.”

Roseval deelde haar visie met de deelnemers door zichzelf voor te stellen aan de hand van haar eigen verhaal. “Wat is ons eigen verhaal? Waar heeft onze wieg gestaan? De leefomgeving waarin je opgroeit is bepalend voor jegaze’ (blik). Het is belangrijk om je eigen ‘positionality’ en kijk- en reactiemechanismen en patronen in kaart te brengen zodat je weet hoe jij ten opzichte van alle andere mensen in de wereld staat.”

Roseval werkt in haar trainingen met een stappenplan. Eerst werd het begrip ‘positionality’ nader uitgelegd. Vervolgens werden de tegenstellingen ‘the dominant or the other’, de dominante en de andere positie in een verhaal besproken. De eerste term, ofwel het dominante verhaal, geldt als de norm en wordt belichaamd door mensen uit de dominante groep: bijvoorbeeld de witte, mannelijke protagonist. De niet-dominante groep is het tegenovergestelde: bijvoorbeeld vrouwen, mensen uit een lagere sociale klasse, mensen met een migratieachtergrond, of LHBTIQ+. De deelnemers onderzochten daarna hun eigen impliciete vooroordelen en of deze remmend werken op hun werkzaamheden. Tot slot, dienden ze middels steekwoorden hun projecten structureel in kaart te brengen met de afsluitende vraag: “waar wil je moed voor hebben de komende periode?”

Deelneemster en documentairemaker Sacha Vermeulen: “Winnie is een bekwame docente die een fijne en veilige omgeving creëerde om eerlijk en open met de andere deelnemers de onderwerpen aan te pakken en van gedachten te wisselen. Het was een herontdekking van jezelf: “Zo had ik dingen nog niet bekeken”, of: “hier had ik misschien harder voor moeten vechten” en: “hier sta ik voor”. Ik vroeg me af “Waar sta ik echt voor?”, en: “Wie ben ik als maker?” Hier wilde ik voor mijzelf duidelijkheid in scheppen en waarbij de training heel goed houvast gaf.”

Verantwoordelijkheid
Als filmmaker onderkent ook Ter Hall zijn verantwoordelijkheid: “Fictie hoeft geen werkelijkheid te zijn, maar ik ben ervan overtuigd dat veel ondervertegenwoordiging eerder het resultaat van onwetendheid is dan van een bewuste keuze. Door het gesprek aan te gaan met de makers van de toekomst hoop ik te helpen dat bewustzijn te vergroten. Vooral ook bij mezelf.” Ter Hall stelt: “Elk mens wil zien en gezien worden. De verhalen die we elkaar vertellen in series en films zijn het resultaat van die behoefte. Als makers hebben we de macht om te bepalen wat we van de wereld om ons heen te zien krijgen. Macht komt zoals altijd met verantwoordelijkheid. Als er groepen zijn die stelselmatig ondervertegenwoordigd worden, dan is dat voor een groot deel onze schuld”.

In een Zoom-presentatie liet de filmmaker aan de hand van een casestudy over zijn serie A’DAM-E.V.A. zien hoe bijvoorbeeld de demografie van de plek waar je verhaal afspeelt je bewust kan maken van je eigen onwetendheid. En hoe die research je kan inspireren en je verhaal kan versterken. In Amsterdam heeft zo’n 35 procent van de inwoners een niet-Noord-Europese achtergrond, is ruim 16 procent homoseksueel en heeft 12 procent een matige of ernstige lichamelijke beperking. Hoe verhouden die percentages zich tot het verhaal dat jij wil vertellen?”

Vervolgens ging Ter Hall in gesprek met schrijver en sociaal-geograaf Floor Milikowski (Van wie is de stad; Een klein land met verre uithoeken) en stedenbouwkundige Wouter Pocornie. Ter Hall: “Milikowski beschreef hoe stad en platteland steeds verder uit elkaar groeien en wat dat betekent voor de mensen die er wonen, terwijl Pocornie bevlogen uitweidde over de impact die de dingen die we maken heeft op de mensen, en dat makers daarom zorgvuldig met die macht dienen om te gaan.” Deelneemster Sacha Vermeulen: “Het was fijn om het persoonlijke verhaal te horen van een ervaren filmmaker, en het was daarnaast leerzaam om via de casestudy te kijken hoe een maker de diversiteit zowel in het script als in de uitvoering in de praktijk brengt.”

Intrinsieke motivatie
Deelneemster Charlotte Scott-Wilson, regisseur en scenarist, geeft aan dat in de workshop de juiste vragen werden gesteld. “Het ging terug naar de basis: “Waarom vertel je iets?” Uit het gesprek dat journalist filmmaker en programmeur Tessa Boerman hield naar aanleiding van de vertoning van Buladó met scenarist Esther Duysker en regisseur Eché Janga beklijft een waardevolle les: “Je intrinsieke motivatie om een verhaal te vertellen moet echt kloppen.”

Charlotte Scott-Wilson heeft een speelfilm in ontwikkeling gebaseerd op haar Schots-Burmese familie over de reis van haar zusje die zich bekeerde tot de islam. Het verhaal wordt verteld vanuit westers perspectief en een van de geldschieters plaatste daar vraagtekens bij. Scott-Wilson: “Ik ben naar de workshop gegaan om hier antwoorden op te vinden. “Moet ik dit doen?”, “Moet ik het verhaal ook echt vanuit de islamitische kant vertellen, en hoe het voor hen is om ineens een westerse familie erbij te krijgen?” In de workshop kon ze middels gesprekken met de andere deelnemers rond de dominante en niet-dominante verhaalstructuur de waarde in haar verhaal inzien.

De toekomst
De workshop Meerstemmig Storytelling gaf de deelnemers de tools om te werken aan inclusieve verhaalvormen in hun projecten. Het is een stap voorwaarts naar meer inclusieve vormen van verbeelden en diverse en eigenzinnige verhalen van getalenteerde mediamakers. Om eventuele vooringenomenheid te doorbreken en hun horizon voortdurend te ondervragen, moeten ze hun eigen positie in de wereld proactief durven te ondervragen.

De praktische tips uit de vierdaagse workshop zijn Charlotte Scott-Wilson het meeste bijgebleven: “Hoe je als maker alert dient te zijn bij het maken van je verhaal, en zicht houdt op je intrinsieke motivatie om te geloven dat jouw verhaal ook waardevol is.” Sacha Vermeulen: “Er was een onderliggende urgentie dat het anders moet, en hoe je je daar als maker toe verhoudt. De dialoog aangaan met andere makers was een belangrijk onderdeel van wat ik hoopte dat er ruimte voor zou zijn in de workshop, en dat was er ook.”

Door: Giselle Defares
Foto: Anas Khatib

 

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief:

Home